17/08/2021
Het vergelijken van verzekeraars op schadebehandeling en eerlijke betaling?
Alle overeenkomsten leggen impliciet aan de betrokken partijen bij die overeenkomst, de eisen van goede trouw en eerlijke handelspraktijken op.
Verzekeringsovereenkomsten (hierna: verzekering), zowel van consumenten als bedrijven, bevatten deze verplichting dubbel en dwars. Deze dubbeldikke verplichting, van goede trouw en het afzien van oneerlijke handelspraktijken, vereist dat geen van de partijen die betrokken zijn bij een verzekering, iets zal doen wat de rechten van de andere partij doet beschadigen. Een verzekering verplicht beide partijen te handelen (of juist niet-te-handelen) op een actieve, duidelijke, positieve wijze om de belangen van de andere partij te beschermen. Dit wordt in het Latijn wel de doctrine van de uberrimae fidei, ofwel “de leer van uiterste goede trouw genoemd”. Deze leer vat de geschiedenis samen van gelijkheid, eerlijkheid en vertrouwen waarop ook de gehele Nederlandse overeenkomstenleer is gebaseerd. In de context van verzekering is deze verplichting een twee richting-straat, open voor het heen en weer gaande verkeer van zowel verzekeraars als verzekerden.
Een verzekerde wordt door deze doctrine stevig beschermd, maar -zoals vaker- ontbreekt het aan allesomvattende nationale en Europese wetgeving om rechters te begeleiden naar posities en beslissing gebaseerd op deze uiterste goede trouw. Met regelmaat worden vonnissen geveld die weinig lijken op te hebben met de regels van de uiterste goede trouw en zelfs in obiter dicta van uitspraken, valt te lezen dat rechters menen dat de platte goede trouw van het overeenkomstenrecht volstaat in verzekeringskwesties.
In Nederland bestaat al langer de impliciete verplichting om de wederpartij te informeren. De leer van de uiterste goede trouw verplicht de verzekeraar om de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst ruim en redelijk uit te leggen en de schadetoedracht en -omvang in alle redelijkheid vast te stellen en te betalen. De leer wordt o.a. toegelicht door Gedragsregels en bewaakt door toezichthouders. Belangrijk is dat Nederland, als lid-staat van de Europese Unie, verplicht is Europese wetten en directieven in de nationale wetgeving op te nemen .
In de praktijk van schadeafhandeling lijkt het echter alsof deze tweerichtingen-straat niet bestaat. Verzekeraars zijn wél gecharmeerd van de verplichtingen van verzekerden om in het bijzonder het “risico”, in al zijn details, goed en duidelijk voor het afsluiten van de verzekering, tijdens de looptijd van de verzekering en zelfs na het lijden van schade, aan hen kenbaar te maken. Als verzekeraars menen dat zij onvolledig zijn geinformeerd, dan zijn zij er als de kippen bij om (onterecht of niet) de vordering van de gedupeerde NIET te betalen. Maar verzekeraars blijken hun eigen contra-prestatie (als het gaat om schadeafhandeling) daarentegen veel minder te zien als een verplichting van uiterste goed trouw. De trage wijze waarop bijvoorbeeld de verzekeraar onderzoek doet naar een schadeclaim, de ondoordachte wijze waarop de verzekeraar deze claim beoordeelt en vooral de foute beslissing om de claim niet te betalen, onttrekt zich aan de verzekeringsvoorwaarden en Wet. Verzekeraar heeft onvoldoende oog voor de grondgedachte om de verzekering te sluiten en de feiten en omstandigheden van de vordering om zodoende een gebalanceerd en redelijk oordeel te vellen over die betaling. Helemaal dient de verzekeraar weg te blijven bij het weigeren van de dekking of het uitstellen van een (voorschot) betaling om zodoende misbruik te maken van de financiële kwetsbaarheid van een gedupeerde die een forse klap te verwerken heeft gekregen. Elke beslissing van de verzekeraar moet gebaseerd zijn op de leer van de uiterste goede trouw. Een ander standpunt veroorzaakt juridische onzekerheid en geeft verzekeraars een slechte naam.
Op www.rechtspraak.nl is een bloemlezing te vinden van verzekeraars die worden veroordeeld om het onjuiste dekking standpunt te verlaten en alsnog dekking te verlenen aan de gedupeerde verzekerde. Overigens is het niet zo dat gedupeerde verzekerden al hun rechtszaken tegen verzekeraars winnen. Verzekeraars winnen met regelmaat van gedupeerde verzekerden. Het gaat in dit stukje te ver om de redenen van het verliezen van een procedure door een verzekerde nader toe te lichten. Wel plaats ik hier de opmerking, dat, daar waar verzekeraars beschikken over gespecialiseerde verzekeringsrechtelijke geschoolde advocaten, het vaak lijkt dat verzekerde hun advocaat kiezen zonder er zich van te vergewissen of deze advocaat daartoe wel geëquipeerd is of omdat de rechtsbijstandverzekeraar dat hen verplicht. Tegen die gedupeerden zeg ik: bel mij gerust voor een advies over uitmuntende bijstand.
Procedures van verzekerden tegen schadeverzekeraars draaien meestal om het volgende. De weigering van de verzekeraar om dekking te erkennen en/of zelfs betalingen niet te doen zonder dat daar een goede reden voor is en slechts met de bedoeling om de verzekerde de rechten uit de verzekering te ontzeggen. Achterliggend lijkt het ook vaak de bedoeling de verzekerde min of meer te dwingen om met minder dan waar hij recht op heeft, genoegen te laten nemen. Hier doet zich de kern van het probleem voelen: “de getroffen verzekerde dient, in dergelijke procedures, de rechter te overtuigen van het onredelijke in het gedrag van de verzekeraar”. En daar komt nog bij dat hij moet bewijzen dat de “verzekeraar wist of behoorde te weten dat zijn weigering om de verzekering stipt na te komen, gebaseerd is op onredelijkheid”. Zo’n onredelijk standpunt van de verzekeraar moet worden beschouwd in het licht van de gehele situatie en aldus dienen er voldoende feiten en omstandigheden worden geschetst die aan die onredelijkheid bijdragen. Immers een verzekeraar zal bij de rechter met droge ogen volhouden, dat hij het recht heeft om onjuiste of dubieuze claims af te houden; mede in het belang van alle verzekerden die te goeder trouw zijn. Verzekeraars worden daarbij geholpen door het feit dat vorderingen van verzekerden gebaseerd zijn op de woorden van de verzekeringspolis. Deze woorden worden door de verzekeraars dusdanig geredigeerd dat veel tijd in het gerechtelijke debat al verloren gaat aan de uitleg van deze woorden en termen en zodoende een rechter zelden toekomt aan de kern: de on juiste weigering om de verzekeringsvoorwaarden na te komen. Aldus blijft de procedure veelal steken in het door de rechter aanvaarden van de verdediging door de verzekeraar dat zij niet malicieus, oneerlijk of gebruikmakend van een onjuist arsenaal aan wapenen proberen te voorkomen dat de verzekerde schadeloos moet worden gesteld, met geld uit de kassen van de verzekeraar.
Opmerkelijk om te zien is de vaardigheid waarmee verzekeraars hun eigen handelspraktijk kunnen downplayen, tegelijkertijd het gedrag van de verzekerden kunnen opspelen tot een gedrag te kwader trouw. Hier komt het probleem om de hoek van een “alles of niets”-aanpak als het gaat om het nemen van een rechterlijke beslissing. Te weinig is er oog voor het feit dat een relatieve vergelijking mogelijk moet zijn tussen de tekortschietende praktijken van de verzekeraar ten opzichte van de steken die de verzekerde heeft laten vallen, als het gaat om de oorzaak van de schade en de schade aangifte en de daarin vervatte de informatie.
De rechtspraak worstelt met het begrip uiterste goede trouw. Recent lijkt er een aanzet te zijn gekomen om verzekeraars meer en meer plichten op te leggen als het gaat om het herstel van de gelijkheid tussen partijen. Fraai hierbij is weigering van het hof ’s-Gravenhage en het advies van de Advocaat Generaal om verzekeraars te verbieden een verplicht lidmaatschap te eisen van contra-experts van een vereniging waar schadeverzekeraars de dienst uitmaken. Een schandvlek blijven de -zich tegen de tijdgeest verzettende- uitspraken van het Klachten Instituut Financiële Dienstverlening, die, op zijn zachtst gezegd, niets demonstreren van het opleggen van de verplichting tot uiterste goede trouw aan de zijde van verzekeraars. Uitspraken waar -oh gruwel- rechters ook nog wel eens een voorbeeld aannemen, zonder dat deze rechters het model van de uiterste goede trouw als uitgangspunt nemen. Het zijn deze misstanden die de verzekeringsmarkt in Nederland nog immer onvolwassen en imperfect maken.
De website van rechtbanken, gerechtshoven en de bijzondere colleges. Met informatie over de procedures bij rechtszaken, uitspraken en de organisatie van de rechtspraak.